Wat gebeurt er als je een vraag stelt aan AI?
Het lijkt zo simpel: wil je iets weten, dan vraag je het aan ChatGPT.
Het is zo handig: moet je een tekst schrijven, doe het met Claude.
Een marketingplan: binnen no-time genereert CoPilot het voor je.
Wel zo makkelijk. GROK helpt je met plezier aan informatie over een filosoof.
En Gemini weet altijd wel raad als je ergens mee zit.
Maar wat betekent het?
Wat gebeurt er eigenlijk in de interactie tussen mens en machine?
Filosoferen met AI
Omdat ik (net als jij waarschijnlijk) vol vragen zit over ons gebruik van AI en het gemak waarmee we dat doen, ging ik een experiment aan: ik ging in gesprek met verschillende large language models (llm’s) om te onderzoeken wat er gebeurt wanneer we met AI gaan denken: filosoferen niet over, maar met AI. Kan dat überhaupt, filosoferen met AI? En wat gebeurt er met mij als ik dat doe?
Dat experiment beschrijf ik in mijn boek Filosoferen met AI dat onlangs verscheen bij S2Uitgevers. In dit artikel deel ik graag een aantal lessen van mijn experiment.
Niet waar of onwaar, maar statistiek
Allereerst is het belangrijk om je te realiseren hoe AI werkt. In feite zijn de huidige generatie llm’s neurale netwerken die patronen leren in taal. Dat doen ze op basis van statistiek: ze zijn gevoed met enorme hoeveelheden data. Die data is voor een groot deel ongestructureerd: het kan gaan om een blog van een complotdenker, een pagina van Wikipedia, of teksten uit een filosofisch meesterwerk. AI maakt geen onderscheid: het is allemaal data. Dat is ook de reden dat AI regelmatig ‘hallucineert’: het presenteert informatie die niet blijkt te kloppen. Dan wijst het bijvoorbeeld een uitspraak aan Einstein toe die hij nooit heeft gedaan. Het probleem is dat AI eigenlijk geen criterium heeft om de juistheid van die informatie te controleren. Het is niet waar of onwaar wat AI zegt, het is voornamelijk statistiek oftewel kansberekening, maar dan op zo’n manier gebracht dat je het haast wel moet geloven.
Maar wij maken het waar
En dan treedt het Thomas-theorema in werking: als mensen hun situatie als werkelijk definiëren, dan heeft het werkelijke consequenties in de werkelijkheid. Met andere woorden: als wij het geloven, dan maken wij het waar. Dat is ook meteen het grote gevaar van AI en het probleem van hallucinatie: er ontstaat een nieuwe waarheid, en ook wij hebben op den duur geen criterium meer om die waarheid te controleren. De filosoof Baudrillard waarschuwde al eerder voor hyperrealiteit: het moment waarop de simulaties van de werkelijkheid de werkelijkheid zelf verdringen, zodat er niets meer overblijft om aan te toetsen. Dat was trouwens een ontwikkeling die al gaande was voor de introductie van AI, maar daardoor wel versterkt wordt.
Niet minder, maar meer en intensiever werk
Deze onzekerheid leidt er mogelijk toe dat wij door AI in plaats van minder werk, juist meer en vooral intensiever werk krijgen. In deze blog beschrijft Mark Vletter 🤙 twee onderzoeken die dat laten zien. Het eerste onderzoek onder 200 medewerkers van een Amerikaans technologiebedrijf laat zien dat mensen met AI weliswaar sneller werken, maar dat ze vervolgens meer taken op zich nemen en langere werkdagen maken. Het tweede onderzoek onder 1488 Amerikaanse werknemers beschrijft het fenomeen van wat de onderzoekers AI brain fry noemen. Omdat AI hallucineert en fouten maakt, moeten we extra scherp opletten. We worden een soort controleur van AI, wat veel hersencapaciteit vraagt. De conclusie van Vlekker is dan ook dat AI je niet vrij maakt, maar drukker.
AI maar niet gebruiken, dan?
Toch ben ik in mijn boek niet negatief over AI. Ik denk dat je AI heel goed kunt gebruiken, vooral als sparringpartner. AI kan je heel goed wijzen op bepaalde denkfouten in je betoog, of je op aspecten wijzen waar je zelf nog niet aan gedacht had. Ook is het een enorme bron van informatie, bijvoorbeeld over de theorieën van filosofen uit het verleden of over het Thomas-theorema. Het is echter wel belangrijk om zelf aan het stuur te blijven, en de antwoorden van AI altijd met een flinke schep zout te nemen. Maar als filosoof doe je dat altijd al, ook bij antwoorden die gegenereerd zijn ‘menselijke intelligentie’.
Filosoferen met AI begint daarom misschien wel met de simpelste vraag: geloof je wat je leest? Ik ben benieuwd naar jouw ervaringen.
Het boek Filosoferen met AI is te koop in elke boekhandel in Nederland en Vlaanderen. Vraag ernaar bij je lokale boekhandel of bestel het hier.
Mooi stuk, Ben. AI verandert niet alleen onze vragen, maar ook onze onderliggende structuren. Ik bouw momenteel een sociaal‑economisch AI‑OS dat die laag expliciet maakt. Misschien interessant voor een volgende nieuwsbrief.
Overigens: volgens mij is dit de taal, met of zonder AI
Dankzij AI kon ik mijn infarct beschrijven. Ik heb daar denk ik nu een gesprek met OLVG over. 27,000 pillen te laat. https://x.com/i/grok?conversation=1894334782458180030
Kan je geloven wat je leest? Een voorbeeld Naomi Klein blz 70-75 schrijft dat neoliberalisme het gedachtegoed is van Friedrich Hayek en Adam Smith. Dat klopt niet. Zij schrijft als activist. Beide schrijvers waren het er over een dat vrije markt zonder overheidsregulering faalt. Kan je de geschiedenisboeken geloven terwijl je weet dat geschiedenis wordt geschreven door de overwinnaar? De oplossing, schrijft iemand over iemand dan moet je dat ook lezen…dan pas kan je oordelen, maar dan nog. Macht is gekoppeld aan woorden schrijft Foucault. De betekenis van de woorden en zinnen moet je dus vanuit het tijdsbeeld lezen…kortom…geen eenvoudige opgave (mijn kettingreactie begon bij de shock doctrine, las vervolgens Hayek, Smith, vervolgens Mill, Popper, Nu zo 5 meter boeken over economie, psychologie, sociologie, filosofie, gelezen en krijg nu een totaal beeld. Daar schrijf ik nu een boek over;)
AI is meer dan “een token predictor”. Die formulering beschrijft slechts het eindpunt, niet het bredere proces van contextweging, patroonherkenning en probabilistische generatie. Maar tegelijk blijft AI een zeer jonge technologie — in zekere zin nog embryonaal: krachtig, veelbelovend, maar ook feilbaar en onvolgroeid. Daarom is het Thomas-theorema hier zo sterk: wat mensen als werkelijk aannemen, wordt werkelijk in zijn gevolgen. De echte verantwoordelijkheid ligt dus niet alleen bij de output van AI, maar ook bij wat wij ermee doen: wat we geloven, delen en opnieuw op het web plaatsen. Juist daarom blijven waakzaamheid en verantwoordelijkheid essentieel. ⚜️